Wie met de trein in Den Haag aankomt, kan hem bijna niet missen. Hoog boven de daken van de stad rijst een ranke toren op met een opvallende punt. De meeste Hagenaars kennen hem niet als de Hoftoren, maar als de Vulpen. En eerlijk is eerlijk: wie eenmaal die bijnaam heeft gehoord, ziet er inderdaad een reusachtige vulpen in.
Met zijn 142 meter behoort de Hoftoren tot de hoogste gebouwen van Den Haag. Toen de toren in 2003 werd opgeleverd, was hij zelfs de hoogste van de stad. Pas later werd hij voorbijgestreefd door de Haagse Toren en De Kroon. Toch blijft de Hoftoren een van de meest herkenbare gebouwen van de Haagse skyline.
De toren staat naast station Den Haag Centraal, midden in het Beatrixkwartier en tegenover het ministerie van Buitenlandse Zaken. Hier werken dagelijks duizenden ambtenaren. Onder meer het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, DUO, de Kansspelautoriteit en verschillende andere rijksdiensten zijn in het gebouw gevestigd. Achter de elegante gevel gaat dus een indrukwekkende hoeveelheid overheid schuil.
Toch is het niet de functie die de meeste mensen bijblijft, maar het uiterlijk. De Hoftoren werd ontworpen door het gerenommeerde New Yorkse architectenbureau Kohn Pedersen Fox (KPF). De architecten wilden een slanke toren ontwerpen die de Haagse skyline een modern accent zou geven. Oorspronkelijk zou de toren zelfs bijna 170 meter hoog worden. Boven op het gebouw was een hoge mast gepland, maar die verdween uiteindelijk van de tekentafel. De karakteristieke open kroon bleef wel behouden en geeft de toren zijn elegante silhouet.
Die kroon blijkt overigens niet alleen mooi, maar ook een beetje eigenzinnig. Bij harde wind kan de toren namelijk een opvallend fluitend geluid produceren. Omwonenden vergelijken het geluid met een enorme fluitketel of een gigantische panfluit. Vooral tijdens herfststormen laat de Vulpen letterlijk van zich horen. Het is een van die kleine eigenaardigheden waardoor een gebouw een eigen karakter krijgt.
De Hoftoren kende ook een minder gelukkige episode. Enkele jaren na de oplevering ontdekten inspecteurs dat bij zware storm aluminium gevelplaten konden losraken. Rond de toren werden daarom meerdere keren veiligheidshekken geplaatst en het gebied moest tijdelijk worden afgesloten. Uiteindelijk bleek sprake van een constructief probleem dat grondig moest worden aangepakt. Tegenwoordig is dat verleden tijd, maar het laat zien dat zelfs moderne architectuur soms kinderziekten kent.
Waar nu de Hoftoren staat, zag dit deel van Den Haag er nog niet zo lang geleden heel anders uit. Tot in de jaren tachtig was het gebied achter het Centraal Station een verzameling van spoorlijnen, kantoren en verouderde bebouwing. Met het ambitieuze project Nieuw Centrum kreeg de omgeving een complete metamorfose. De Hoftoren werd samen met De Resident een van de blikvangers van deze stadsvernieuwing en symboliseert de ontwikkeling van Den Haag tot een moderne internationale bestuursstad.
Toch blijft de bijnaam de Vulpen misschien wel het leukste onderdeel van het verhaal. Hagenaars zijn meesters in het bedenken van bijnamen voor gebouwen. Net zoals Rotterdam zijn “De Koopgoot” heeft en Amsterdam zijn “Stopera”, kreeg ook deze toren al snel een naam die iedereen begrijpt. Officieel heet het gebouw de Hoftoren, maar vraag een Hagenaar de weg naar de Vulpen en u krijgt zonder aarzelen de juiste richting gewezen.
Misschien is dat wel de grootste verdienste van de Hoftoren. Het is niet zomaar een kantoorgebouw vol ministeries en ambtenaren. Het is een herkenningspunt geworden. Een gebouw dat u al van verre ziet, dat soms zachtjes zingt in de wind en dat inmiddels onlosmakelijk bij Den Haag hoort.
De volgende keer dat u vanaf het Centraal Station de stad in loopt, kijk dan eens omhoog.


